Een vrouw mag na het overlijden van haar partner levenslang in zijn woning blijven wonen voor € 500 per maand. De inspecteur merkt dit huurrecht aan als een fictieve erfrechtelijke verkrijging en legt een aanslag erfbelasting op. De vrouw vindt de waardering te hoog. Bij de berekening moet volgens haar rekening worden gehouden met toekomstige huurverhogingen én met het feit dat het huurrecht vervalt als zij verhuist. ...
Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd bereikte. Dat gebeurt echter niet. De man blijft fulltime werken als directeur en ontvangt een managementvergoeding van zijn holding....
Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek 'ongegrond' blijkt en wordt kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden....
Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de schenker en dankt de schenking aan zijn bewezen kwaliteiten als directeur. De werknemer stelt dat sprake is van een zuivere schenking in het kader van bedrijfsopvolging. Vormen de aandelen loon?...
Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv vindt dat onterecht. ...
Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af....
Een bv houdt een deelneming in een op Isle of Man gevestigde Ltd die een jacht verhuurt. De Ltd wordt geliquideerd en de moedermaatschappij van de fiscale eenheid wil ruim € 6 miljoen liquidatieverlies in aftrek brengen. De inspecteur weigert de aftrek. De onderneming van de Ltd was volgens hem al gestaakt toen de bv in de fiscale eenheid werd gevoegd. Het liquidatieverlies kan dan alleen worden afgezet tegen de winst van die bv zelf. ...
Een echtpaar houdt sinds 1986 respectievelijk 51% en 49% van de aandelen in een holding. Tussen hen bestaat geen gemeenschap van goederen. Na het overlijden van de man in 2016 verkrijgt de vrouw zijn 51%-pakket. Vanaf dat moment houdt zij 100% van de aandelen. In 2020 volgt een juridische splitsing, waarbij een deel van het vermogen wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte bv. De vrouw schenkt op dezelfde dag alle aandelen in deze nieuwe bv aan haar dochter. ...
Onlangs heeft de inspecteur van de Belastingdienst collectief uitspraak gedaan op de bezwaren die vallen onder de massaal bezwaarprocedures tegen de hoogte van het belastingrentepercentage. De collectieve uitspraken volgen op de Kamerbrief van 13 februari 2026, waarin is aangekondigd dat de inspecteur deze beslissing zou nemen....
De staatssecretaris van Financiën heeft de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2025 vastgesteld. Voor banktegoeden bedraagt het forfaitaire rendement 1,37%. Voor schulden is het forfaitaire rendement vastgesteld op 2,70%. Deze rendementen vervangen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 de in de wet opgenomen rendementen van 1,44% en 2,61%....